Naar een nieuw paradigma van sociale gelijkheid, democratie en vrijheid

In De Volkskrant stond een tijdje terug een interview met Diane Coyle, een econome die een boek geschreven heeft over het “ontspoorde kapitalisme” en de ongelijkheid die er is. In dat laatste heeft ze groot gelijk; het radicale marktfundamentalisme van de afgelopen dertig jaar heeft voor enorme tegenstellingen in rijkdom en vermogen gezorgd. Nog nooit waren we zo rijk, en waren we zo arm. Zeker in Amerika, maar ook in Nederland en andere West-Europese staten, neemt de ongelijkheid steeds grotere vormen aan. Het gevolg van jarenlang neoliberale politieke en economische keuzes, die voor grote sociale problemen hebben gezorgd. Meer ongelijkheid heeft een direct verband op allerlei sociale problemen, van moorden tot onderling vertrouwen tot tienerzwangerschappen.

Maar daar gaat dit stuk niet over.

Waar dit stuk over gaat, is het falende alternatief dat Coyle bood in het interview. Enerzijds stelde ze dat kapitalisme voor grote problemen heeft gezorgd en zorgt (correct!), anderzijds zoekt ze de oplossing van die problemen binnen het probleem; de markt kan best problemen oplossen, als ze maar genoeg gereguleerd is. Dat is het probleem waar veel van die zogenaamd alternatieve denkers tegenaan lopen; ze zoeken de oplossing binnen het probleem, in plaats van de constatering te maken dat juist de problemen die ze benoemen en dan ‘excessen’ noemen (ongelijkheid, crises) inherent zijn aan kapitalisme en daarom een oplossing daarbuiten nodig hebben. Kapitalisme is niet “ontspoord”, dit is kapitalisme in haar puurste vorm.

Die voorzichtigheid is doodzonde en onverstandig, want ze staat een nieuw radicaal emancipatoir alternatief in de weg. Het is ook waarom bewegingen als Occupy uiteindelijk doodbloedden: het alternatief dat er geformuleerd werd was niet meer dan een soort afgezwakte versie van het marktfundamentalisme, een capitalism with a human face. De enorme voorzichtigheid waarmee ‘woordvoerders’ op tv kwamen! Natúúrlijk durfden ze niet te twijfelen aan kapitalisme an sich – maar waarom niet? Veel van die zogenaamd alternatieve denkers verwijten anderen fundamentalisme, maar de werkelijke fundamentalisten zijn juist degenen die de oplossingen binnen hetzelfde problematische paradigma zoeken, binnen dezelfde mechanismen, met dezelfde middelen, in plaats van een tot een nieuw alternatief te komen. Ietsje meer regulering, ietsje minder bonussen.

De oude idealisten van de jaren zestig werden vaak utopisten genoemd en datzelfde verwijt kregen de demonstranten van 2011 ook. Het waren utopische dromers, waarmee de kracht van de terechte argumenten onderuit werd gehaald. Natuurlijk, kapitalisme had wel voor wat ongelijkheid gezorgd en natuurlijk, dat was vervelend, maar de oplossing lag binnen het probleem. De roep om regulering ging al snel weer weg, want de crisis van het neoliberalisme moest nu eenmaal opgelost worden met méér markt en minder democratie en gemeenschap. Willen we overleven, dan moeten we verder gaan op dezelfde weg en de oplossingen van de problemen ook daarbinnen zoeken, hoogstens een zijweg in slaan in plaats van een nieuwe weg te bouwen naar de toekomst, terwijl juist zo’n fundamentele systeemcrisis waar we nu al vijf jaar in zitten vraagt om een fundamenteel ander alternatief.

Zijn zij niet de echte utopisten? Het ware utopisme is natuurlijk het vast blijven houden aan hetzelfde paradigma en denken dat dat alles op kan lossen. Niet de ‘utopisch dromende’ demonstranten, maar de politici en economen zijn de utopisten. Waren de Egyptische demonstranten ook utopisten toen ze ingingen tegen de US-backed dictatuur van Mubarak? Hun protest was niet enkel daartegen gericht, maar ook tegen de structurele ongelijkheid die ze ondervonden en de sociale problematiek. Tegen de te hoge voedselprijzen, die opgedreven worden door speculatie (aardig om te weten; schaarste is amper een probleem daar er momenteel productiecapaciteit voor zo’n twaalf miljard mensen is – verdeling en speculatie zijn dus het probleem). In hun moeizame strijd, die nog steeds woedt, komen steeds drie woorden terug: sociale gelijkheid, democratie en vrijheid. Kunnen we daar niet veel van leren?

Zoals Zizek in The Year of Dreaming Dangerously terecht stelt, kan ”the coffee of democratic revival” niet geserveerd worden met ” the dream of economic neoliberalism”. Bovengenoemde woorden kunnen een basis vormen voor een nieuw radicaal emancipatoir alternatief. Sociale gelijkheid (was het punt nu niet juist dat we ons zo tegen ongelijkheid keerden?), democratie (“the coffee”, and so on…), en vrijheid (vrijheid van de economie, niet vrijheid voor de economie). Een fundament voor een alternatief waarin we de macht en verantwoordelijkheid zélf nemen en zélf organiseren, waarin de vrije ontwikkeling voor ieder de voorwaarde voor de vrije ontwikkeling van allen is. We’re all in this together, maar dan echt.

Elk systeem is opgevolgd door een ander. Het liberalisme maakte een einde aan het feodalisme , maar met nieuwe vormen, nieuwe gedachten en nieuwe klassen. De geschiedenis is een opeenvolging van systemen, van paradigma’s die elkaar opvolgen. De vaart der volkeren en geschiedenis zijn processen van strijd van mensen zelf. De enige die de toekomst vorm kan geven zijn dus ook wijzelf – laten we het dan ook doen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s