Wat verklaart verkiezingssucces of -falen van radical left parties? (volgens March)

SYRIZA in Griekenland, de SP in Nederland, het Duitse Die Linke, Parti de Gauche in Frankrijk, en ga zo maar verder. Links van de traditionele sociaaldemocraten hebben andere linkse partijen een plaats gevonden in de parlementen. Ze zijn radicaler en linkser dan de sociaaldemocraten, maar verschillen onderling flink. Luke March, hoogleraar Politicologie aan de Universiteit van Edinbrugh, noemt de partijen RLPs: radical left parties, en heeft er een interessant, gelijknamig boek aan gewijd.

In dit blog zal ik in gaan op de vraag wat verkiezingssuccessen van RLPs verklaart, en de uitgebreide case-studies van partijen, die ook zeker interessant zijn, niet gebruiken. Wie wel meer wil lezen over de verschillende geschiedenissen en ontwikkelingen van de partijen, kan ik het volledige boek aanraden.

 Wat zijn RLPs?

Allereerst is van belang om duidelijk te maken wat RLPs zijn en welke partijen tot deze partij-familie behoren. RLPs zijn radicaal “first in that they reject the underlying socio-economic structure of contemporary capitalism and its values and practices. Second, they advocate alternative economic and power structures involving a major redistribution of resources from existing political elites” (March, 2011: 8). March onderscheidt vervolgens vier soorten RLPs: communisten, democratisch socialisten, populistisch socialisten en social populist. De communistische partijen, die hij nog onderverdeeld in conservative communist en reform communist, hebben een zekere nostalgische drang naar het verleden, naar de Sovjet-Unie, waar zij vaak ook aan gelieerd waren, en houden vast aan marxisme-leninisme als ideologie. Voorbeelden van de communistische partijen die hij behandeld, zijn de Griekse KKE, de Franse PCF en de Italiaanse PRC. Democratisch socialistische partijen definieert March als partijen met “opposition to ‘totalitarian’ communism and ‘neo-liberal’ social democracy, advocating a non-dogmatic, and in many cases non-Marxist socialism, which emphasizes local participation and substantive democracy” (March, 2011: 19). Voorbeelden zijn de Nederlandse SP, de Deense SF en het Portugese Bloco. Populistisch socialistische partijen hebben een zelfde ideologische kern, “but this is overlaid with a stronger anti-elite, anti-establishment appeal, greater ideological eclecticism and emphasis on identity issues rather than class or lifestyle concerns” (March, 2011: 19). Het Britse Respect en de Duitse Die Linke zijn hier voorbeelden van. Tot slot onderscheid hij social populist parties, partijen “with a dominant leadership, relatively weak organization and essentially incoherent ideology, fusing left-wing and right-wing themes behind an anti-establishment appeal”. Vooral Oost-Europese partijen behoren tot deze groep.

En wat verklaart hun succes of falen bij verkiezingen?

Nu duidelijk is met wat voor partijen we te maken hebben, volgt de belangrijke vraag: wat verklaart het electorale succes en falen van RLPs? Samen met Charlotte Rommerskirchen onderzoekt hij allereerst welke variabelen, zoals een kiesdrempel en aanwezigheid in het parlement of zelfs regering (dit komt zelden voor) en economische omstandigheden, het succes of falen van RLPs kunnen verklaren. Ook aanwezigheid van concurrerende partijen, groenen en radical right parties (RRP), wordt als variabele toegevoegd (1 als een groene/RRP aanwezig was in voorgaande parlement, 0 als anders). Ook wordt de ‘vacuüm-thesis’, die inhoudt dat neoliberalisering van sociaaldemocratische partijen een vacuüm achtergelaten hebben waar RRPs en RLPs induiken, getest, met twee variabelen: EXECL, als de uitgaande regering links was, en EXECR, als de uitgaande regering rechts (conservatief of christendemocratisch) was. Een andere institutionele factor die toegevoegd wordt is de opkomst, waarbij vanuit gegaan wordt dat een hoge opkomst de uitslag van RLPs ten goede komt.

Na het draaien van een Tobit-regressie blijkt het volgende het geval. Als sterkste verklarende variabele voor succes is aanwezigheid in het voorgaande parlement, “it receives 22 per cent more votes than if it was absent” (March, 2011: 191). Dit is weinig verrassend: vaak geeft aanwezigheid in het parlement een zekere boost aan partijen, ze zijn immers zichtbaarder, en zijn de resultaten bij volgende verkiezingen beter (SP 1994-1998, SSP* 1999 – 2003). Opmerkelijk is dat deelname aan een regering geen significant verschil maakt op electoraal succes of falen.

Een combinatie van afkeer of euroscepcis onder de bevolking en een dergelijke strategie bij een RLP, blijkt succesvol bij verkiezingen. March: “A 10 per cent increase in anti-EU sentiment will lead to a 9 per cent increase in RLPs’ votes” (2011: 191/192). Dit ondersteunt de these dat RLPs “are significant beneficiaries of globalization anxiety and the ‘modernization crisis’”, aldus March (2011: 192).

Ook werkloosheid is een significant positieve variabele. Een stijgende werkloosheid leidt tot een stijgend stemmenaantal van RLPs, en hoe meer werkloosheid, hoe meer stemmen: een werkloosheid van meer dan tien procent leidt tot een verhoogt aandeel in het totale aantal stemmen van zeven procent. Bij een werkloosheid van hoger dan vijftien procent, is dat zelfs tien procent. Recent onderzoek van Bouvet en King laat trouwens zien dat sinds het begin van de crisis kiezers zittende regeringen gestraft hebben voor stijgende werkloosheid (en niet voor inkomensongelijkheid) http://blogs.lse.ac.uk/europpblog/2013/06/17/since-the-beginning-of-the-crisis-voters-have-punished-incumbent-governments-for-rising-unemployment-but-not-for-rising-income-inequality/. De variabele GDP (Bruto Binnenlandse Product) is zelfstandig niet significant, maar gecombineerd met werkloosheid wel. Ergo, in slechte economische omstandigheden doen RLPs het beter. Het (relatieve) succes van partijen als SYRIZA en PDG onderstreept dit.

Dan institutionele factoren. Zoals verwacht kon worden werkt een kiesdrempel negatief voor RLPs. Een drempel van drie procent of hoger vermindert het aandeel van RLPs in het totale aantal stemmen met zeven procent. Opmerkelijk is dat het kiesstelsel van een land geen significant verschil uitmaakt. De variabele PROP (proportioneel systeem) is alleen significant als een RLP in een regering heeft deelgenomen. Ook de variabele FEDERALISM is niet significant.

Tot slot, en om dit blog leesbaar en niet veel te lang te maken, een overzicht van de conclusies van March’ onderzoek:

  • Aanwezigheid in het parlement is de belangrijkste variabele die succes verklaart
  • Een combinatie van euroscepsis/afkeer van de EU onder de bevolking en bij partijen is succesvol.
  • Slechte economische omstandigheden vergroten het succes van RLPs. Vooral hoge werkloosheid is belangrijk.
  • Een kiesdrempel van drie procent of hoger verhindert succes
  • Het kiesstelsel van een land is niet significant
  • RLPs doen het significant beter in voormalige communistische staten
  • Concurrentie van groene en radicaal-rechtse partijen doen succes significant verminderen. Aanwezigheid van groene partijen met 2,67% en RRPs met 2,78%.
  • Een rechtse of linkse regering is niet bepalend voor electoraal succes, geen van beide variabelen EXCEL en EXCER zijn significant.
  • Een hoge opkomst is significant. Een hogere opkomst komt linkse partijen ten goede
  • Interne factoren zijn ook van belang. Waar een communistische traditie heerst, niet alleen in het voormalige Oostblok maar ook in landen waar communistische partijen een belangrijke rol speelde in bijvoorbeeld het verzet, blijven RLPs bestaan. Interne onenigheid en decentralisatie van de partij werken negatief, terwijl sterk en charismatisch leiderschap positief werkt.

*SSP= Scottish Socialist Party

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s