In Gorinchem.

Het begint al licht te schemeren als ik de trein uitstap. Station Gorinchem, eindpunt van deze reis. Denk bij het verlaten van de trein (korte stilte) aan uw bagage. Die heb ik meegenomen; twee zware tassen. Eentje met vuile was, de andere met boeken en m’n laptop. Het is weekend, de vlucht uit de studentensteden terug naar de veilige paleizen van het ouderlijk huis is begonnen.

Dit is Gorinchem, waar ik ben geboren maar hopelijk niet zal sterven. Ik wil in Berlijn gaan wonen, in Londen, Parijs misschien, als ik ooit nog Frans leer, en Canada en New York lijken me ook wel wat. En daarna Rotterdam, daar komt alles uiteindelijk op neer.

Ik zie een vage bekende staan, maar ze herkent me niet, druk als ze is met haar telefoon. Een oud-klasgenoot, denk ik. Herken ik haar eigenlijk zelf nog wel? Ik loop naar het kleine stadsbusje, er passen misschien zo’n vijftien mensen in, en vraag aan de chauffeur, ze is niet erg vriendelijk, of de bus ook in die en die straat stopt. ‘Jawel, stap maar in’, mompelt ze, en ik ga zitten. Vreemd hoe dit soort stadsbussen altijd een reünie met mensen die ik niet per se nog eens hoefde te zien zijn. Een paar weken terug zat ik op vrijdagavond, het was wat later dan nu, in een nog kleinere bus, plaats voor acht personen. Allemaal oud-schoolgenoten. Die ene hardcore-gast van de MAVO had het aangepapt met die dikke uit 5-havo – zij zat bij hem op schoot. En die jongen die zich kleedde als Barney Stinson maar wel een lippiercing had droeg dezelfde muts als op de middelbare school. Ze nooit meer zien; ik had het prima gevonden, maar de dienstregeling van Arriva bepaalde anders.

De bus rijdt door het centrum, dat is het geval met deze stadsbussen. Bij gebrek aan fatsoenlijke lijnen rijden ze door de hele stad, van de ene kant naar de andere. Op een straathoek staat een getrouwd stel, de man draagt een grijs pak met paarse das en de vrouw een jurk, geposeerd voor een fotograaf. De vader van één van de twee mompelt wat terwijl hij een sigaret rookt. Ze zien er niet bijzonder gelukkig uit. Die gaan het zilveren jubileum niet halen. Arme mensen.

Iets daarna rijdt de bus langs het steegje waar een klasgenoot ooit het een en ander deed met een uitwisselingsscholier. Uit medelijden met zijn valse hoop op meer zoende ze met hem, ik geloof vier keer die avond. Daarna zagen ze elkaar nooit meer, behalve misschien op Facebook. Waarom heb ik haar eigenlijk als Facebook-vriend? Ik sprak haar niet, tijdens die uitwisseling. Laat staan dat we zoenden.

Het begint inmiddels aardig te schemeren als het busje langs de snackbar op een kruispunt in Gorinchem rijdt. Dit is waar mijn beste vriend en ik vaak zaten tijdens pauzes. Samen met nog wat jongens renden we dan uit school, twee straten verder, naar de snackbar, eerst door Rita uitgebaat maar daarna door Chinezen, Rita startte een nagelsalon. Een familiezak met saus, iedere dag betaalde iemand anders. Op spaarzame momenten spreken die vriend en ik daar nog wel eens af, als ik toevallig in Gorinchem ben en hij ook. Een lange lummel, een frikandel van vijfendertig centimeter, en patat.

De bus is bij de halte en ik stap uit. Ik steek m’n hand op en roep ‘bedankt, fijne avond!’, maar de buschauffeur reageert niet. Ik loop een paar minuten, steek de sleutel in het slot, draai de deur open, wordt begroet door m’n ouders, doe m’n schoenen, Adidas Samba, jammer van dat gat aan de zijkant, uit, pak de Voetbal International en ga op de bank liggen.

Thuis in Gorinchem.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s