Boekrecensie Hoe Durven Ze?

Peter Mertens (1969) is de rijzende ster van de Belgische politiek. De afgestudeerd socioloog is partijleider van de Partij van de Arbeid, een tot voor kort kleine linkse splinterbeweging die snel in aanhang wint. De PVDA, jarenlang een maoïstisch bolwerk maar tegenwoordig meer vergelijkbaar met de Nederlandse SP (de Belgische SP.A is dan weer te vergelijken met de Nederlandse PvdA), groeit en won bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2012 zetels in steeds meer steden, waaronder Antwerpen. Een landelijke doorbraak lijkt slechts een kwestie van tijd, en dat is mede te danken aan het succes van Hoe Durven Ze?.

Hoe Durven Ze? Is misschien wel het beste boek dat de afgelopen jaren verschenen is over de brede maatschappelijke ontwikkeling waarin we zitten: onder het mom van bezuinigingen wordt de verzorgingsstaat ontmanteld en arbeid geflexibiliseerd. Private verliezen van banken wordt publiek gemaakt met tientallen miljarden belastinggeld. Werkers moeten ‘flexibel’ worden en onder vaste contracten wordt een bom gelegd. Financiële instellingen worden na de crisis van 2008 niet meer gereguleerd, maar juist steeds machtiger. En de Europese Unie lijkt banken boven burgers te stellen.

Hoe durven ze?

Op die vraag probeert Peter Mertens, zelf gemeenteraadslid voor de PVDA in Antwerpen, antwoord te geven. Dat doet hij in ruim 340 pagina’s vol feiten, onderzoeken en beargumenteerde stellingen. Met een vlotte, aantrekkelijke maar ook diepgaande leesstijl is het boek goed en fijn leesbaar, zonder te vervallen in theoretische dogma’s. Deel één van het boek bestrijkt een analyse van België. Wat is er mis met Mertens’ land en hoe kan het beter? Wat opvalt is de parallel tussen België en Nederland; een te grote bankensector die met publiek geld overeind gehouden moet worden, waarna er weinig essentieels verandert in de sector. Interessant, maar niet zo boeiend als het tweede deel van het boek. Daarin verlegt Mertens de grenzen en analyseert hij waar Europa nu staat. Een vlijmscherpe analyse van de flexibilisering van de arbeidsmarkt in Duitsland, volgens velen een voorbeeld maar volgens Mertens een schrikbeeld, geheel met verplichte banen voor slechts één euro per uur, de nieuwe slavernij. Griekenland, en hoe ‘reddingspakketten’ van het IMF en de Europese Unie het land niet redden, maar een prooi maakten voor financiële instellingen en roofkapitalisten, en hoe miljarden west-Europees belastinggeld ‘voor de Grieken’ vooral ten goede kwam aan Franse en Duitse banken. Over het marktliberalisme van Europa, waarin landen concurrenten zijn, in plaats van coöperatief werken aan een socialer Europa. Over de stopzetting van de democratie, met ‘economische adviseurs’ die in korte tijd de begrotingen van landen als Portugal, Letland en Ierland ‘opschoonden’. En over de macht van BusinessEurope, de grote multinationals in Europa, op het gebied van economisch beleid.

Een tegeltjeswijsheid binnen één van de grote partijen van ons land luidt: praktijk, theorie, praktijk. Dat is ook wat Mertens doet, want in deel drie van het boek gaat hij vooral in op de ideologische overtuigingen en keuzes die ten grondslag liggen aan de problemen van nu. Dat doet hij door vooral drie ideologen verder te belichten: Ayn Rand, de grondlegger van het objectivisme en groot voorstander van een soort superindividualisme, de Britse dokter Theodor Dalrymple en de conservatieve denker Edmund Durke. Het knappe is dat Mertens uitspraken van Europese en Belgische politici en publieke figuren weet te doorgronden door hun ideologische geladenheid aan de hand van bovengenoemde ideologen.

Deel vier van het boek richt zich vooral op de terugkeer van het nationalisme als gevolg van de financiële crisis. “In het gevecht met als inzet de loontrekkers doen opdraaien voor de crisis, sneuvelen zonder pardon belangrijke stukken soevereiniteit van de lidstaten. Al dat slib van de crisis is de voedingsbodem voor nieuw nationalisme. De geest is opnieuw uit de fles”, schrijft Mertens, waarna een lange maar heldere analyse volgt van de soevereiniteitsoverdracht naar Brussel en hoe dat voor nieuw nationalisme in Europa zorgt.

Het boek besluit met een aanzet tot meer maatschappijdebat, en hoe Mertens’ maatschappij eruit zou moeten zien. Zo’n breed maatschappijdebat is hard nodig. Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, riep een Washington Post-columnist uit dat we nu allemaal marxisten waren. Het kapitalisme had gefaald, de ongereguleerde markt ontwrichte de samenleving en liet diepe gaten achter in sociale stelsels, gemeenschappen en mensenlevens. Verandering was er nodig! Hervorming van de economie, van de financiële sector, zodat mensen boven kapitaal kwamen te staan. Maar wat is er vijf jaar later over van dat progressieve ideaal? De staat is nu de grote boosdoener en moet aangepakt worden – niet de financiële sector, die nog steeds haar gang kan gaan, ongereguleerd. Bankiers zijn niet opgepakt, maar staatshoofden van landen als Italië en Griekenland geworden. De schulden van de staten zijn ‘onhoudbaar’; harde bezuinigingen zouden nodig zijn om de economie weer aan de gang te krijgen. De realiteit is dat bezuinigingen de economie juist verder schaden en voor sociale crises zorgen met torenhoge (jeugd)werkloosheid en stijgende armoede en ongelijkheid.

Treurig is dat van links een werkelijk alternatief, vijf jaar na het uitbreken van de crisis, vrijwel is uitgebleven. Ook in Nederland zijn linkse partijen meegegaan in het bezuinigingsparadigma, hetzij met een miljardje minder hier, om er vervolgens daar weer één extra te halen. Van een echt alternatief is amper sprake, het is vooral gedoe om de marges, niet om het grote plaatje. Om de kruimels, niet om het brood. Voor een werkelijk systeemkritische analyse, met radicale alternatieven voor een andere wereld, hoef je dan ook niet bij de meeste parlementaire Europese partijen te kijken.

Een uitzondering hierop is Peter Mertens’ boek. Al eerder, in Op Mensenmaat, schetst hij een ‘socialisme 2.0’, een “socialisme zonder blauwe plekken”. Vrij van dogma’s, met de nadruk op menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Hoe Durven Ze? besluit Mertens met een ietwat samengevatte analyse van dat nieuwe socialisme. Een socialisme wars van cultuurconservatisme en vroeger-was-alles-beter-idealen, maar vol passie, systeemkritiek en analyses voor de wereld morgen. Het pleit voor Mertens dat hij een gegronde systeemkritiek weet te combineren met een helder alternatief voor morgen. Dat maakt zijn boek dan ook zeer lezenswaardig.

Dit artikel verscheen eerder, in nogal bot verkleinde versie, in Debat. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s