Occupy, neoliberalisme en Bill de Blasio

Bill de Blasio werd op 5 november 2013 gekozen als nieuwe burgemeester van New York. Na jarenlang burgemeesters met goede banden met de financiële sector, koos de stad nu een linkse activist die ongelijkheid wil aanpakken. Wat is er aan de hand?

Occupy Wall Street

Toen in augustus 2011 de eerste aankondigingen online kwamen met plaatjes van stieren en slogans als ‘we are the 99%’, had geen Amerikaan kunnen overzien dat het lexicon der Occupy-activisten twee jaar later gemeengoed zou zijn. Vooraanstaande economen als Paul Krugman en Joseph Stiglitz hebben de termen overgenomen in hun artikelen en lezingen. President Obama voerde in 2012 campagne over de groeiende ongelijkheid in het land. En Bill de Blasio werd ermee verkozen als burgemeester van New York. Zijn focus: bottom-up government, hogere belastingen voor de superrijken, minder ongelijkheid en een stad met kansen voor iedereen.

Het zou te makkelijk zijn de verkiezing van de Blasio, die zichzelf een “democratisch socialist” noemt, op zichzelf te zien, als ware het een losstaand gegeven, los van de sociaal-economische en sociaal-culturele context. De afgelopen tweeënhalf jaar, sinds de opkomst van de Occupy-beweging, is ongelijkheid op de politieke agenda gekomen. Na decennia van neoliberale politiek, waarmee de financiële sector vrij spel kreeg, belastingen voor rijken omlaag gingen en reële lonen voor veel Amerikanen gelijk bleven of zelfs daalden, is de verkiezing van de Blasio een teken van verandering. Verandering in het publieke debat, waarin ongelijkheid dus een prominentere rol is gaan spelen, verandering in de Democratische Partij, waar afgerekend wordt met “the Democratic Party’s romance with Wall Street”, in het bewustzijn van kiezers.

Maar de grootste verandering is dat voor het eerst sinds de opkomst van neoliberalisme, halverwege de jaren zeventig, een groeiende groep Amerikanen in verzet is gekomen.

New York en het neoliberalisme

Begin jaren zeventig schreef Lewis Powell, kort daarna benoemd tot lid van het Hooggerechtshof, een invloedrijke notitie over de Amerikaanse economie. Hij pleitte voor enorme dereguleringen en privatiseringen en een terugtrekkende overheid, om het systeem van “free enterprise” te redden. Zijn stuk was invloedrijk. In de decennia die volgden deden politici, met Ronald Reagan en Margaret Thatcher als vooraanstaande pleitbezorgers, precies wat hij schreef. Publieke taken, zoals onderwijs, gezondheidszorg en transport, werden geprivatiseerd. De financiële sector werd gedereguleerd en moest in veel gevallen toezicht houden op zichzelf.

De gevolgen van veertig jaar neoliberalisme worden steeds duidelijker. Niet alleen voor Europa, waar de verzorgingsstaat een middel was en is om de effecten van marktfundamentalisme tegen te gaan, maar vooral in Amerika, de bakermat van de ideologie. Nog nooit waren de verschillen tussen rijk en arm zo groot. De baten van de (beperkte) economische groei kwamen de laatste jaren vooral bij de rijkste 1% terecht. Terwijl steeds meer Amerikanen aangewezen zijn op voedselbonnen en zeer beperkte uitkeringen, ging tussen 2009 en 2012 95% (!) van alle inkomensopbrengsten naar de rijkste 1%.

Ook New York is zwaar getroffen door het neoliberalisme. Burgemeester als Rudy Giuliani en miljardair Michael Bloomberg lieten achterstandswijken verarmen, terwijl de banden met Wall Street goed waren. Groot was ook de kritiek op burgemeester Bloomberg, toen na de Occupy-protesten in 2011 bleek dat hij overlegd had met captains of industry van Wall Street over een aanpak van de demonstraties. Niet toegegeven dat de financiële sector uit wolven bestond of ongelijkheid te groot is, maar de wapenstok was het antwoord van Bloomberg en co op Occupy.

Onvrede over rechts-conservatieve burgemeesters en hun neoliberale beleid is dan ook een belangrijke factor in het succes van de Blasio. Geen enkele stad ter wereld huist zoveel miljonairs als New York, maar er zijn ook vijftigduizend daklozen. In 2012 werden 218.000 mensen uit hun huis gezet. De afgelopen tien jaar stegen de huren met 44% in de stad, terwijl een maandabonnement op de metro liefst 60% duurder werd. Het was hierom dat de Blasio tijdens zijn campagne sprak van een “tale of two cities”; een stad voor de superrijken, de 1%, en een stad waarin de 99% hard moet knokken om rond te komen.

Progressieve tijdgeest

Tegelijkertijd speelt er meer in Amerika. Na het uitbreken van de financiële crisis in 2007 ontstond er eerst een conservative backlash. Rechts-conservatieve bewegingen, met de Tea Party als voornaamste, wonnen aan populariteit onder de working class. Opvallend was dat deze beweging in zekere zin juist een versterking wilde van hetgeen ze tegen leek te demonstreren. Enerzijds moesten corrupte bankiers en politici aangepakt worden, anderzijds wilde de beweging lagere belastingen en meer vrijheid voor de financiële sector – met die bankiers.

Anno 2014 is de Tea Party-beweging vrijwel dood. We zien juist een meer progressieve onderstroom ontstaan van vaak jonge, tot voorheen apolitieke kiezers die zich buiten het politieke tweepartijensysteem geplaatst voelen en vertegenwoordiging missen. Ze zijn radicaler dan hun ouders, linkser ook, en zien de noodzaak van een post-kapitalistisch systeem in. Een goed voorbeeld is de opkomst van het socialistische tijdschrift Jacobin. Wat begon als een online magazine, is inmiddels uitgegroeid tot één van de meest gelezen progressieve bladen van het land. Het was deze generatie ook die de voorhoede vormde van de Occupy-beweging en haar ideeën nu verder probeert te verspreiden.

Dat lijkt te lukken. Want niet alleen won de Blasio de burgemeestersverkiezing met zo’n 75% van de stemmen, door heel Amerika werden progressieve kandidaten verkozen. Zo won vakbondsleider Marty Walsh de strijd om het burgemeesterschap van Boston, stemde bijna tachtig procent van de inwoners van Cincinnati tegen een plan om pensioenen voor nieuwe stadsambtenaren af te schaffen en werden in Seattle en Minneapolis socialistische kandidaten, actief in de Occupy-beweging, gekozen in de volksvertegenwoordiging. Bovendien stemde in de staat New Jersey een grote meerderheid voor verhoging van het minimumloon. De Republikeinse gouverneur Chris Christie had hier actief campagne tegen gevoerd en leed een gevoelige nederlaag.

Er hangt verandering in de lucht. Niet alleen in New York, waar de Blasio meteen begonnen is en zieke arbeiders betaald verlof wil geven, maar door heel Amerika zijn progressieve politici bezig met een veranderingsagenda. Die agenda’s zijn vaak linkser dan die van mainstream Democraten als Barack Obama, Hillary Clinton en Nancy Pelosi. Er is dus niet alleen een breuk met het neoliberalisme van rechts, maar ook de politiek van de ‘derde weg’ die Democratische politici voerden en uiteindelijk ook resulteerde in grotere inkomensverschillen en een gedereguleerde financiële sector.

Er is reden voor optimisme, maar tegelijkertijd moeten linkse politici waakzaam blijven. De tegenmachten zijn enorm en liggen in big business en media-tycoons. Conservatieve kandidaten, vaak gesteund door het grote geld van Wall Street, zijn rijker. Ze hebben meer materiële macht achter zich. Bill de Blasio zal het gevecht aan moeten gaan met Wall Street. In die strijd heeft hij de steun van de New Yorkers achter zich – de belangrijkste machtsfactor. Interessante tijden!

PROFIEL

Bill de Blasio, kind van een Duitse vader en Italiaanse moeder, werd op 8 mei 1961 geboren in Manhattan, maar groeide op in Cambrigde, Massachusetts. Hij studeerde aan de New York University en haalde zijn master in de Internationale Betrekkingen aan Columbia University. Na zijn studie werkte hij als organizer voor een grassroots organisation die strijdt voor sociale gelijkheid en rechtvaardigheid, waarna hij in 1988 naar Nicaragua afreisde om de socialistische Sandinistas te steunen in hun strijd tegen de contra’s, die steun kregen van de Amerikaanse president Ronald Reagan. Vanaf midden jaren negentig werkte hij voor de lokale overheid van New York, tot hij in 2001 gekozen werd als gemeenteraadslid. Dat bleef hij tot 2009, toen hij verkozen werd tot public advocate, de ombudsman van de stad. In die hoedanigheid ging hij regelmatig de strijd aan met burgemeester Bloomberg. Op 5 november 2013 werd hij met 73,7% van de stemmen verkozen tot burgemeester van New York. Op 1 januari, kort na middernacht, werd hij beëdigd. Tijdens zijn inauguratie later die dag waren ook gewone New Yorkers welkom.

Dit artikel verscheen eerder in Debat, Leidsch Politicologisch Magazine (maart 2014)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s