De gemeenteraadsverkiezingen van 2014, interessanter dan ooit

De gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart waren misschien wel de interessantste verkiezingen in Nederlands sinds de Tweede Kamerverkiezingen van 2002. De uitslagen van de verkiezingen voor de gemeenteraden lieten namelijk grootse, onderliggende sociologische, demografische en politieke verschuivingen van de afgelopen decennia zien.

De Fortuyn Revolte

De verkiezingen van 2002 zorgden voor een politieke aardverschuiving. Vanuit het niets kon de Groningse professor Pim Fortuyn met zijn LPF-partij zesentwintig zetels halen, ondanks de moord op hem kort voor de verkiezingen. Die winst, in combinatie met het enorme verlies van de Partij van de Arbeid (-22) en VVD (-14), deed velen concluderen dat de rustige jaren negentig, met haar relatieve politieke consensus (de Poldercultuur tierde welig) en historische akkoord tussen arbeid (PvdA) en kapitaal (VVD) in de Paarse-kabinetten, definitief ten einde waren. De polder maakte plaats voor polarisatie.

Twaalf jaar later toont de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart een uitslag die misschien nog wel interessanter is dan in 2002. Destijds was een grote onderstroom van kiezers op gekomen: ze voelden zich niet langer vertegenwoordigd door de Grote Drie (PvdA, CDA en VVD), keerden zich af van politics as usual en vonden onderdak bij de LPF, en in mindere mate de SP. Twaalf jaar later zijn we in zekere zin allen in meer of mindere mate politieke cynici: de opvatting dat politici toch maar doen wat ze zelf willen en niet of te weinig naar kiezers luisteren is, niet onterecht, breed gedeeld. Dat de PvdA en VVD na een antagonistische campagne in 2012 met elkaar gingen regeren bevestigt wellicht het gelijk van de cynici.

Historische nederlaag PvdA

Het zal ook mede zijn door die samenwerking dat de PvdA een historische nederlaag leed. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Groningen – vijf klassieke Rode bolwerken vielen allemaal uit handen van de sociaaldemocratie. In Rotterdam won Leefbaar Rotterdam, in de overige steden was D66 de grootste. Dat Samsom in Den Haag samenwerkt met Rutte heeft zonder meer invloed gehad op die nederlaag: de PvdA-achterban is doorgaans linkser dan de partijtop, maar zag in 2012 na een historische comeback in de campagne die linkse standpunten vrijwel direct de partij verlaten in een uitruil met de VVD. Enorme bezuinigingen, vooral op de sociale zekerheid, worden nu uitgevoerd door sociaaldemocratische ministers – een genante vertoning die voor veel onbegrip en woede zorgt bij de PvdA-achterban. En ook het nivelleringsfeestje waar partijvoorzitter Hans Spekman vrolijk over sprak lijkt uitgebleven, lieten recente CBS-cijfers over groeiende vermogens-ongelijkheid in Nederland zien.

Maar het zou veel te makkelijk zijn de nederlaag van de PvdA en de winst van D66 (als onvrede over bezuinigingen inderdaad stemmers vervreemd van de PvdA, waarom dan overstappen naar een partij die juist meer wil snijden in de verzorgingsstaat?) enkel toe te schrijven aan onvrede over het kabinetsbeleid. Dat zou geen recht doen aan de grote sociologische en maatschappelijke veranderingen van de afgelopen decennia, die zich het best laten zien in de grote steden – inderdaad, waar de PvdA verloor en D66 won.

Maar waarom vonden deze verschuivingen plaats – en waarom maakte dit het zulke interessante verkiezingen?

De veranderde stad

Om te beginnen hebben hogere huizenprijzen de traditionele PvdA-achterban, lagere inkomens, werkende klasse, de binnensteden van bijvoorbeeld Amsterdam doen verlaten. Een nieuwe, hoogopgeleide, kosmopolitische klasse heeft zich meester gemaakt van grachtenpanden, appartementencomplexen en herenhuizen in het centrum van de hoofdstad. Ze lezen NRC, twitteren over nieuwe technologische snufjes en hebben goedbetaalde banen in de financiële of creatieve sector (jazeker, een overgeneralisatie). Het aantal hoogopgeleiden in Amsterdam nam van 2000 tot 2008 het aantal hoogopgeleiden toe van 28 procent van de bevolking naar 38 procent. Bijna de helft van de Amsterdammers is anno 2014 hoogopgeleid, bijna het dubbele van het landelijk percentage (28 procent). De stad veryupt.

De geograaf Neil Smith linkt deze demografische en culturele veranderingen aan privatisering, decentralisatie en hervorming van de woningmarkt (minder goedkope sociale huisvesting, meer vrije sector). Geen andere partij dan D66 vertegenwoordigt deze nieuwe groep stedelijke bewoners beter. Het is een lifestylepartij, met een groen en vrij karakter, voor mensen met iMacs in plaats van geitenwollensokken. Hoogopgeleid, goedbetaald, kosmopolitisch, sociaal-economisch rechts. De metamorfose van de stad gaat hand in hand met de opkomst van D66. De enorme overwinning van die partij in onder andere Amsterdam symboliseert die demografische, culturele en sociologische veranderingen.

Allochtonen

Ten tweede verloor de PvdA mede door de dalende stem van allochtone kiezers op die partij. Het adagium dat de PvdA een “partij voor de allochtonen” is, is onjuist, in ieder geval in Amsterdam. Cijfers van het gemeentelijke onderzoeksbureau Bureau Onderzoek en Statistiek (O+S), laten de dalende inbreng van allochtone kiezers op de PvdA zien. Allereerst daalde de opkomst sinds 2006 onder Turken (-14%) en Marokkanen (-11%). Daarnaast verkiezen allochtone stemmers steeds vaker voor andere partijen: voor de SP of NIDA, zoals in Rotterdam, of voor D66, zoals in Amsterdam. In 2006 stemde 84% van de Turkse stemgerechtigden in Amsterdam nog op de PvdA en slechts 1% D66; dit jaar was dat 45% tegenover 10%. Marokkaanse-Nederlanders stemden in 2006 in Amsterdam voor 78% op de sociaaldemocraten en 0% D66, op 19 maart was dat 44% en 20%.

Diplomademocratie

Ten derde is er een bredere sociologische verandering, die samenhangt met de stedelijke verandering, interessant in het analyseren van de uitslag van 19 maart. Het conflict tussen die kiezers (hoogopgeleide academische professionals, pro-Europees, liberaal, kosmopolitisch) en nationaal-gerichte communitaire lower middle class kiezers is een nieuwe politieke scheidslijn in het toch al verdeelde Nederland. God is dood, de traditionele zuilen zijn weggevallen, maar er doemt een nieuwe opdeling van de samenleving op: die tussen hoog- en laagopgeleid, zoals door de bestuurskundigen Bovens en Wille beschreven in hun De diplomademocratie. De hoogopgeleide stedelijke klasse verkiest D66 boven de PvdA, de lageropgeleide middenklasse de SP of PVV boven de sociaaldemocraten.

De ironie is dat het wegvallen van de traditionele zuilen, die onderdak boden aan laag- én hoogopgeleiden omdat dit verschil niet de dominante scheidslijn was, na een kort post-verzuilingstijdperk nu lijkt te leiden tot een tijd waarin beide groepen zelf verzuild geraken, met ander mediagebruik, andere namen, andere wijken en dus ook andere partijen (D66, SP, in mindere mate PVV, omdat die partij ook bij de VVD shopt aan kiezers). De Grote Drie kunnen hun traditionele brugfunctie tussen verschillende bevolkingsgroepen binnen één partij door deze nieuwe scheidslijn steeds moeilijker uitvoeren. De PvdA ziet het lageropgeleide deel van haar achterban naar links (de SP) verkassen, en de academische professionals naar rechts (D66).

Conclusie

Dit alles betekent niet dat de PvdA dood is, of nimmer meer een verkiezingsoverwinning kan boeken. Maar, zoals de Amsterdamse politicoloog Tom van der Meer recent in Socialisme & Democratie schreef, moet de partij accepteren dat het niet langer een grote partij is met een grote achterban, maar één van de middelgrote partijen is geworden die kunnen pieken of krimpen. Datzelfde geldt ook voor D66, die sinds de historische dieptepunten in 2006 (gemeenteraads- en Tweede Kamerverkiezingen) en 2007 (Provinciale Statenverkiezingen) flink gestegen is. Geen andere partij is echter zo’n politieke jojo als de Democraten. Maar voor hen is het goede nieuws dat, in ieder geval in de steden, er een electoraat is dat zowel op inhoudelijke als lifestyle gronden aansluiting vindt bij de partij. Bredero zei het al; het kan verkeren, maar vooralsnog heeft D66 de maatschappelijke en demografische veranderingen in de grote steden van deze eeuw mee. Rest enkel de vraag; welke partij(en) vertegenwoordigen de rest van de verdeelde stad?

Bronnen:

Vermeulen, F. (2014) “Toekomst voor de Partij voor de Allochtonen?” <http://stukroodvlees.nl/uncategorized/toekomst-voor-de-partij-voor-de-allochtonen-de- migrantenstem-en-het-verlies-van-de-pvda-in-amsterdam/>

Van der Meer, T. (2014) “Een perfecte storm” Socialisme & Democratie 71(2)

Cuperus, R. (2014) “Bloodbath for Dutch Labour” <http://www.policy- network.net/pno_detail.aspx?ID=4604&title=Electoral+bloodbath+for+Dutch+Labour>

Fogteloo, M. & Thomas, C. (2014) “Touwtrekken om de wereldburger” De Groene Amsterdammer 19-02-2014

Rijkste 1 procent bezit bijna een kwart van alle vermogen” http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2680/Economie/article/detail/3633892/2014/04/12/Rijkste-1- procent-bezit-bijna-een-kwart-van-alle-vermogen.dhtml

Dit artikel verscheen eerder in de september-uitgave van Debat, Leidsch Politicologisch Magazine. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s