Fan-owned clubs, het moderne voetbal en maatschappelijke ongelijkheid

‘Against Modern Football’ staat er op duizenden spandoeken die door heel Europa aan de relingen, sponsorborden en hekken van voetbalstadions hangen. Het voetbal is te gecommercialiseerd, in handen van een kleine, rijke groep die onze club als een economisch product zien, als een bedrijf, en dat moet maar eens afgelopen zijn, is een vaak gehoord argument in voetbalstadions tegen dat ‘moderne voetbal’. In Engeland raken ondertussen steeds meer clubs in handen van supporters zelf. Waarom is dat belangrijk, en ook: hoe passen de ontwikkelingen in het voetbal, van superrijken en fan-owned clubs, in een bredere maatschappelijke context?

Manchester heeft twee grote voetbalclubs. De ene speelt in het rood, een prachtig, traditioneel stadion en heeft een Nederlandse coach: Manchester United. De andere club speelt in het lichtblauw, verruilde in 2003 een klassiek Engels voetbalstadion in voor een hypermodern exemplaar en wordt getraind door een Chileen: Manuel Pellegrini. Maar één ding hebben de twee eeuwige rivalen gemeen: ze zijn allebei in handen van een buitenlandse eigenaar. United van de Amerikaanse Glazer-familie, City van een rijke sjeik.

Ook in Manchester: FC United of Manchester. Ook zij spelen in het rood, maar dan wel vele divisies lager dan Manchester United, en voor veel minder mensen. De club werd in 2005 opgericht door supporters uit protest tegen de overname van Malcolm Glazer, een onvoorstelbaar rijke Amerikaan, van hun club Manchester United. Na een lange, sterke protestbeweging besloten supporters hun hart dan maar in een nieuwe, eigen club te steken. Waarvan ze zélf de baas zouden zijn.

Groter kan het contrast in het moderne voetbal niet worden dan in Manchester, tussen United of Manchester en Manchester United. De ene club is hypercommercieel, wordt gerund door een gesjeesde familie die voor honderden miljoenen ponden geld uit de club in eigen zak stak, de andere door supporters wiens verenigde clubliefde grootse krachten losmaakte, met een zelf gefinancierd stadion als recentste hoogtepunt. Bij FCUM geen kaartprijzen van tientallen, honderden ponden, maar gewone, normale prijzen, zodat iedereen naar het stadion kan. Het is een volksclub, sterk verbonden met de lokale gemeenschap en buurt waarin ze zich huisvest.

Het voorbeeld van FCUM is niet onopgemerkt gebleven. Terwijl steenrijke eigenaars soms van de ene op de andere dag hun club in de uitverkoop gooien, vaak blijken er mega-schulden gemaakt te zijn en meer dan eens gaat een club na verkoop door de eigenaar spoedig failliet, is er een georganiseerde tegenbeweging op gang gekomen van supporters die elkaar helpen bij het opbouwen van fan-owned clubs: clubs die in handen zijn van supporters zelf, en ook door henzelf bestuurd worden. Portsmouth FC won in 2008 nog de FA Cup, de Engelse beker, maar ging daarna onder leiding van diverse buitenlandse eigenaren snel ten onder. In 2013 was de club, inmiddels vanuit de Premier League gedegradeerd naar het vierde niveau, praktisch failliet. Totdat het Supporters Trust de club overnam en de club weer een toekomst gaf. Eind september kwam het bericht dat de club, slechts achttien maanden na overname van de supporters, schuldenvrij is.

FC United of Manchester en Portsmouth FC zijn bakens van vooruitgang en licht in een verder steeds donker wordende voetbalwereld. Superrijke sjeiks, zakenmannen en consortia nemen door heel Europa steeds meer voetbalclubs over, waarna in korte tijd de identiteit van de club, juist datgeen wat voetbalclubs zo uniek maken en waarom mensen erop verliefd worden, afgebroken wordt. Cardiff City, uit Wales, had sinds mensenheugenis de bijnaam Bluebirds, vanwege de felblauwe shirts. Totdat een Maleisische eigenaar besloot de clubkleuren te veranderen in rood: commercieel zou dat veel interessanter zijn. Na een korte opleving in de Premier League speelt de club nu weer op het tweede niveau. Het lijkt een kwestie van tijd voordat de eigenaar vertrekt, de club achterlatend in hoge schulden en een diepgaande identiteitscrisis.

Tegelijkertijd worden voetbalstadions steeds meer de paleizen waarin de superrijken hun ontspanning hebben. Bij de bouw van nieuwe clubtempels staan supporters en hun beleving allang niet meer centraal; het gaat om het aantal skyboxen, het aantal maaltijden dat aan gasten geleverd kan worden en het aantal dure stoeltjes waarop sponsors plaats kunnen nemen. Het gaat niet om supporters, het gaat om consumenten: mensen die het product [voetbalclub x] kopen, daar kortstondig van genieten (of niet, bij een verlies) en dan weer naar huis gaan. De kern van een voetbalclub ligt echter in de diepgaande identiteitsherkenning die supporters ermee voelen: het geen woorden maar daden van Feyenoord is veel meer dan alleen een slogan, het is voor veel supporters een herkenbare uiting van identiteit, gekoppeld aan een leven gedomineerd door werken om te kunnen leven – en om op zondag Feyenoord te kunnen zien voetballen natuurlijk. Dat geldt voor alle clubs: supporters zien zichzelf erin terug, het is een collectieve uiting van identiteit, niet van kooplust of consumptie.

De ontwikkeling in het voetbal dat supporters als consument worden aangesproken, staat in een bredere maatschappelijke ontwikkeling. Burgerschap lijkt in rap tempo plaats te maken voor de consument. Het gaat op scholen en universiteiten steeds minder om Bildung, het opleiden van kritische, zelfdenkende burgers, maar om consumenten: universiteiten zijn leerfabrieken, wij als studenten zijn tegelijkertijd het product, dat zo snel mogelijk door de fabriek heen moet en productief moet worden voor de economie, en consument. De bredere afwaardering van het burgerschapsideaal heeft ook tot gevolg dat betrokkenheid bij de publieke zaak afneemt. Solidariteitsgevoelens, verantwoordelijkheid voor elkaar en de samenleving; wat zijn ze waard als we niet meer als burger, met al haar rechten en plichten, maar als individuele consument worden aangesproken?

Tegelijkertijd passen de ontwikkelingen in het voetbal, waar de rijken vanuit een dure skybox, met in de ene hand een flesje echt bier, en in de andere hand een gepocheerd ei, vanuit hun glazen torens naar het spel op de groene grasmat voor zich kijken, terwijl supporters het moeten doen met smakeloos, alcoholvrij bier op de normale plaatsen in het stadion, ook in een andere politieke en economische ontwikkeling. Het zijn die mensen in skyboxen die invloed hebben in de club, terwijl supporters, als apathische consumenten aangesproken en behandeld, moeten toekijken hoe hun club afdrijft van haar oorspronkelijke identiteit. Is dat ook niet hoe veel burgers over politiek voelen? Zij in Den Haag beslissen het, wij mogen alleen betalen en verder stilzwijgen – en ach, dat stemmen helpt ook allemaal maar niet.

Ook past het in de ontwikkeling van wat ik een schaduwsamenleving zou willen noemen. In die schaduwsamenleving wonen superrijken steeds vaker in gated communities: woonwijken met villa’s, omringd door een groot hek – alleen bevoegden zijn welkom in het paradijs. Wilkinson en Pickett lieten in The Spirit Level een sociologische duiding van auto’s als de Range Rovers van die rijken zien: de grote, agressieve auto’s zijn onbewuste beschermingsmechanismen tegen de buitenwereld, tegen de wereld waarin flexibilisering van de arbeidsmarkt voor onzekerheden bij veel mensen zorgen, de wereld waarin ongelijkheid welig tiert. En stemmen bij verkiezingen, ach. Als je genoeg betaalt en de juiste connecties hebt, koop je een diner met een belangrijke politicus om jouw visie op de vraag wat te doen te geven. Grote kans dat hij of zij nog luistert ook. En dan op zondag naar het stadion, alwaar je je auto voor het stadion, of nog beter, erin, mag parkeren. In je skybox zie je al die gewone, pauperistische supporters in hun poncho’s woest een spandoek tegen de commercialisering van het voetbal ophangen. Stumpers. Michael Sandel noemt in zijn boek What Money Can’t Buy de skyboxification als synoniem voor een samenleving waarin rijk en niet-rijk elkaar steeds minder ontmoeten.

The New York Times schreef halverwege de jaren negentig al dat die skyboxen niet gaan om een beter zicht op het veld; het gaat om de afstand die het creëert tot de rabble, het gespuis. Terecht concludeerde het artikel dat hoewel skyboxen misschien commercieel interessant zijn, ze ook een ondermijning zijn van de gedeelde waardering en verbondenheid van mensen die sport traditioneel had. Niks mis met rijk zijn, schreef de Amerikaanse auteur Walter Benn Michaels, zo lang je maar niet doet alsof je meer bent dan andere mensen. Hup, terug naar de normale stadionstoeltjes!

Er was een tijd dat voetbalclubs letterlijk middenin woonwijken en lokale gemeenschappen stonden. Het waren volksclubs: de stadions zaten vol met ach, wie niet? Op de kleine ere-tribune zaten wat bestuursleden van beide clubs, misschien een burgemeester of minister, maar verder zat iedereen door elkaar: het was een egalitaire, democratische vorm van sportbeleving. Clubs waren verenigingen, waarin elk lid, leraar op een school of directeur van een bank, mee kon beslissen over de te varen koers. Die tijd is voorbij. Anno 2014 manifesteert de groeiende ongelijkheid in de samenleving zich ook binnen voetbalstadions: de rijken zitten achter glas, de rest zit zich op de tribune te verkneukelen om het veranderende voetbal. Juist daarom is de tegenbeweging van clubs als FC United of Manchester en Portsmouth FC zo hoopgevend: ze laten zien dat een egalitaire, democratische vorm van sportbeleving, waarin invloed niet gaat om de dikte van je portemonnee maar je intrinsieke band met een club, nog steeds, en juist nu, een alternatief is voor de vervreemding van het moderne voetbal. Ze zijn in die zin ook een symptoom van een breder fenomeen van maatschappelijk verzet tegen de vervreemding die groeiende ongelijkheid veroorzaakt.

En zo kan uiteindelijk ook voetbal een toneel voor economische en politieke strijd zijn.

Dit artikel verscheen eerder in de december-uitgave van Debat, Leidsch Politicologisch Magazine

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s