Leeslijst: wat er mis is met het Nederlands voetbal, en wat we van andere landen kunnen leren

Nu Nederland definitief het Europees Kampioenschap in Frankrijk mist, is het hoog tijd dat er een brede, diepgaande discussie losbarst over de staat van het Nederlands voetbal in het algemeen, en de toekomst van Oranje in het bijzonder. Wat zijn de diepe, structurele oorzaken voor het falen van Oranje in de EK-kwalificatie, en in bredere zin de neergang van het Nederlands voetbal? En van welke landen kunnen we leren hoe we van een voetbalcrisis een kans kunnen maken om een voetbalrenaissance te bereiken? Een leeslijst.

Schermafbeelding 2015-10-15 om 10.00.48

De probleemstelling

De vijf problemen van Oranje. Dit vrij technische artikel gaat in op vijf structurele problemen waar Oranje tijdens de EK-kwalificatiereeks last van had: gebrek aan compactheid, te grote nadruk op vleugelspel, zwak positiespel, balbezit dat van een middel een doel op zich is geworden en stuurloosheid bij de KNVB.

An open letter after the Dutch fail to qualify for Euro 2016. In deze open brief schrijft Gabriele Marcotti vooral over de culturele neergang van het Nederlands voetbal, en specifiek over zwakke verdediging: het is leuk dat in de Eredivisie veel gescoord wordt, maar dat duidt behalve op een aanvallende stijl óók op gebrekkige verdedigers, een probleem dat doorsijpelt in het nationale elftal. (overigens lag de zwakte van Oranje niet alleen in de verdediging, maar ook in de aanval)

Why the Dutch seem to have forgotten how to play soccer. Simon Kuper, één van m’n favoriete voetbaljournalisten en onterecht enigszins ondergewaardeerd in Nederland, schrijft over hoe Nederland, nu de generatie van Van Persie, Sneijder en Huntelaar richting voetbalpensioen hobbelt, volledig opnieuw moet beginnen. Daarnaast legt ook hij z’n vinger op het balbezitfetisjisme: de bal rond spelen lijkt voor Oranje belangrijker dan nuttig balbezit. Kuper pleit voor een Duitse bondscoach om ons voetbal, een vastgelopen parodie op Totaalvoetbal, denk ik, te innoveren.

Dit is de reden waarom het Nederlands voetbal zo weinig voorstelt (en Oranje zo slecht speelt). Michiel de Hoog en Sander IJtsma gaan op De Correspondent verder in op het oeverloze balbezitparadigma dat het Nederlands voetbal domineert. Ik denk dat ze aan een aantal factoren voorbij gaan (in deze serie tweets ga ik daarop in, een andere factor is structureel minder geld dan clubs in grotere competities waaronder Nederlandse clubs internationaal weinig voor kúnnen stellen), maar hun gebruik van data levert een interessante conclusie op: Nederland mocht dan veel balbezit hebben, het was vooral nutteloos balbezit: rondtikken op de eigen helft, of op andere plaatsen die totaal geen gevaar opleverden.

Gouden tijden komen niet meer terug (Blendle, 19 cent). In de nrc.next van vandaag komt Simon Kuper tot een treurige conclusie: zo goed als Oranje ooit was, hoe het Nederlands voetbal ooit de wereld domineerde, het komt nooit meer terug. Ik betwijfel die conclusie en denk dat Nederland wel degelijk terug kan komen aan de wereldtop, mits in de komende één a twee jaar fundamentele vernieuwingen worden doorgevoerd, maar Kuper’s artikel is op zich wel interessant: ook hij wijst op het overdadige, nutteloze balbezit, maar vooral, zonder het als zodanig te benoemen, op het conservatisme dat Nederland doet vasthouden aan 4-3-3, en dat vernieuwing tegenhoudt. Hij pleit voor countervoetbal; dat is wat Oranje succes bracht op het WK 2010 en het WK 2014.

Wat kunnen we leren, en van wie?

Ligt de nodige innovatie enkel in het tactische, of ook in het opleiden en een bredere verandering of paradigmaverschuiving in de voetbalcultuur van het land? Ik denk dat tweede. Nederland moet deze crisis aangrijpen om radicaal te vernieuwen. Hieronder een overzicht van artikelen over hoe België en Duitsland hun voetbalcrises te lijf gingen, en tot slot wat interessante artikelen over IJsland. Het fascineert me hoe een land met ongeveer evenveel inwoners als Utrecht het EK heeft kunnen bereiken, en deze artikelen bieden inzicht in de structurele veranderingen in de organisatie van het voetbal op het eiland met als resultaat plaatsing voor het EK.

Duitsland

How German football rose from the ashes of 1998 to become the best in the world. Het Duitse voetbal bevond zich aan het eind van de vorige eeuw en het begin van deze in een voetbalcrisis: uitgeschakeld in de kwartfinale van het WK 1998, al na de groepsronde naar huis op Euro 2000. Het voetbal was vastgelopen, de nationale competitie in verval en het nationale elftal verouderd. Dit artikel gaat in op de enorme investeringen die de Duitse bond na 1998 deed om het jeugdvoetbal te verbeteren: honderden regionale opleidingscentra, waardoor zelfs in de kleinste dorpjes de grootste talenten gevonden werden (zoals Toni Kroos). Voor miljoenen euro’s werd geïnvesteerd in jeugdontwikkeling. Het hebben van een hoogwaardige jeugdopleiding werd een licensie-eis voor profclubs. Und so weiter.

Das Reboot: How German Football Reinvented Itself and Conquered the World. Dit artikel vat het boek waar het vorige artikel ook over ging enigszins samen (Das Reboot, van Raphael Honigstein).

How German football reinvented itself. Over het succes van het Duitse opleidingsmodel, en hoe Bundesliga-clubs inmiddels jaarlijks zo’n honderd miljoen euro in hun opleidingen investeren.

What can we learn from the Germans? Veel geld pompen in jeugdvoetbal zegt op zichzelf niet zoveel; het gaat erom hoe het wordt besteed. Dit artikel gaat vooral in op de investeringen die zijn/worden gedaan in de kwaliteit van jeugdcoaches in het Duitse jeugdvoetbal. Het stuk richt zich op wat Australië kan leren van Duitsland, maar de kern ervan is ook voor Nederland relevant: goede opleidingen kunnen niet zonder hoogopgeleide coaches.

Hoe Daley Blind de Duitsers aan de wereldtitel hielp. Behalve investeringen in jeugdvoetbal legde de Duitse voetbalbond, en in het bijzonder bondscoach Jürgen Klinsmann (2004-2006), een grotere nadruk op het gebruik van videobeelden en data in het ontwikkelen en verbeteren van de speelwijze van het nationale elftal. Dit artikel gaat daarover.

Germany’s World Cup tactics: shaped by data. Oliver Bierhoff was een gevreesde spits, en is sinds 2004 de manager van het Duitse elftal: hij houdt zich bezig met externe relaties, maar ook met het gebruik van data en beelden om het team te verbeteren.

Tactical Theory: Counter- or gegenpressing. Naast innovatie in jeugdopleidingen en datagebruik, is Duits voetbal ook tactisch geïnnoveerd. Een voorbeeld daarvan het is principe van gegenpressing: kort samengevat betekent dat op een specifieke manier gelijk druk zetten op de tegenstander bij balverlies. Jurgen Klopp, onlangs aangesteld als coach van Liverpool, bracht dit vaak tot in perfectie tot uitvoer bij Borussia Dortmund. Het is een principe dat grotendeels aan Oranje is voorbijgegaan – een voorbeeld van hoe het heilige geloof in de parodie op Totaalvoetbal vernieuwing in de weg stond.

Conclusie: toen het Duitse voetbal in een neergang zat, deed de nationale voetbalbond een grote reboot: er werd helemaal opnieuw begonnen met de opleidingen en tactieken. Er werd, en wordt, enorm geïnvesteerd in innovatie van jeugdopleidingen en het gebruik van data en videobeelden om teams en hun tactieken te verbeteren. Met succes.

België

Belgium’s blueprint that gave birth to a golden generation. In 2009 stond België op plaats 66 van de wereldranglijst. Zes jaar later staat België op 1. Is het geluk, omdat toevallig een goede generatie voetballers klaarstond? Dit artikel zegt van niet, en wijst op de structurele investeringen en innovatie die in de afgelopen vijftien jaar gedaan zijn in het Belgisch voetbal, waardoor de omstandigheden gecreëerd werden waarin toptalenten zich konden ontwikkelen.

Inside Double Pass: The Best Kept Secret in Youth Development. In een klein Belgisch stadje huist een bedrijf dat behalve Duitse jeugdopleidingen ook het Belgische jeugdvoetbal accrediteert. De Belgische jeugdcompetitie kent geen normale promotie/degradatie-regeling: jeugdteams worden ingedeeld op basis van hun rating, hoe beter een jeugdopleiding beoordeeld wordt, hoe hoger de jeugd mag spelen. Volgens het bedrijf geeft dat jeugdopleidingen een prikkel om zichzelf te verbeteren. Dit (Nederlandstalige) artikel gaat verder in op de werkwijze van Double Pass.

World Cup 2014: How Belgium built their golden generation. Dit artikel is (helaas?) minder technisch, maar weidt verder uit over de rol die de Belgische voetbalbond speelde in de renaissance van het Belgische jeugdvoetbal: zeer strikte regels voor jeugdopleidingen, zelfs op het gebied van vereiste speelwijze.

The real story behind Belgium’s renaissance. Niet de bond, maar de jeugdopleidingen zelf: dit artikel wijst erop dat de Belgische voetbalbond pas recenter is gaan innoveren, en het succes van België vooral ligt in de innovatie van enkele opleidingen, waarna de rest op de bandwagon sprong. Het gaat ook in op enkele recente wijzingen die de bond heeft doorgevoerd in hoe jeugdteams hun wedstrijden spelen, waardoor spelers meer aan de bal komen, meer kansen kunnen creëren en meer beslissingen moeten nemen.

Conclusie: België ontwikkelde zeer strikte eisen voor jeugdopleidingen. Om tegen de beste clubs te spelen, moet je zélf één van de beste clubs worden, door te investeren en innoveren in je jeugdopleiding. Een Nederlandse toepassing zou kunnen zijn dat de promotie/degradatie in de hoogste jeugdcompetities wordt afgeschaft en jeugdteams op basis van kwaliteit van de opleiding tegen elkaar gaan spelen (veel A-junioren van profclubs spelen nu bijvoorbeeld in competities met voornamelijk amateurclubs, in plaats van tegen elkaar).

IJsland

Tot slot denk ik dat het interessant is om naar IJsland te kijken: hoe kan een land dat ongeveer evenveel inwoners heeft als de stad Utrecht het EK bereiken?

How come Iceland are so good all of a sudden? Volgens dit artikel komt het succes van IJsland niet zozeer door een gouden generatie, maar door het ontwikkelingen van de omstandigheden die zo’n generatie kon creëren. Wordt in Nederland kunstgras vaak bekritiseerd als één van de oorzaken van gebrekkige jeugdontwikkeling en het falen van Oranje, in IJsland bood het juist een uitkomst: het land investeerde enorm in kunstgrasvelden en indoorhallen, waardoor (jeugd)teams het hele jaar door kunnen trainen. Van trainers worden hoge eisen gesteld; alle jeugdcoaches moeten goed gediplomeerd zijn.

Op These Football Times schrijft Jóhann Ólafur Sigurdsson momenteel een interessante serie over de opkomst van het IJslandse voetbal. Hij schreef tot nu toe over de rol van de ervaren bondscoach Lars Lagerbäck, de verbeterde faciliteiten op het eiland en de goed opgeleide trainers.

Nederland kan denk ik niet zozeer leren van de details van het IJslandse succes (Nederlandse clubs hebben in het algemeen goede faciliteiten en goede trainers), maar wel van het achterliggende verhaal: een bond die durfde te investeren in een enorme opwaardering van het nationale (jeugd)voetbal.

Dat is denk ik ook de les die we moeten trekken uit de Duitse en Belgische voorbeelden. Beide landen namen radicale beslissingen om hun voetbal uit het slop te trekken. Ze investeerden/investeren enorm in jeugdvoetbal én stellen hele hoge eisen aan clubs op dat gebied, waardoor veel meer voetballers de kans kregen veel beter te worden. Ik denk dat Nederland een Duitse totaalaanpak nodig heeft: behalve hogere eisen aan clubs wat betreft jeugdopleidingen (hoe is het mogelijk dat nogal wat betaald voetbalclubs geen eigen jeugdopleiding hebben?) (een idee is om vanaf de F-teams profclubs tegen elkaar, in plaats van tegen regionale amateurteams, te laten spelen. Een ander idee is een verplichte oprichting van een onder 18-team, als brug tussen de B1 en A1; nu hebben alleen Ajax en Feyenoord zo’n team), moet er ook tactisch geïnnoveerd worden: stap af van het dogma van de Hollandse School, en ga, zoals Duitsland en België deden, over de grens kijken naar tactische innovaties. Ze zijn er genoeg op dit moment, in Europa en Zuid-Amerika.

Een totale reboot van het Nederlandse voetbal, met betere jeugdopleidingen, betere, completere trainers en een progressieve voetbalcultuur, die tactische innovatie stimuleert in plaats van blokkeert, is wat Oranje weer terug aan de wereldtop kan brengen. Danny Blind en Bert van Oostveen zijn daarvoor niet de juiste vernieuwers. Duitsland en België durfden radicale keuzes te maken nadat hun nationale teams structureel faalden, en richtten zichzelf daarmee op. Waar wachten wij nu op?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s