De mythe van de terugkerende soevereine natie-staat

Donald Trump in Amerika, de Brexitters in Groot-Brittannië en de rechts-populisten in Europa; allemaal wensen ze een spoedige terugkeer van de sterke en soevereine natie-staat. Hoewel misschien verleidelijk, is het een mythe dat die zal terugkeren. Sterker: de dijken optrekken zal nationale politiek alleen maar machtelozer maken.

De afgelopen decennia zijn politiek en macht steeds meer van elkaar losgeraakt. Hoewel internationale instituties en intergouvermentele projecten zoals de Europese Unie in grootte en belang groeiden, blijft nationale politiek de voornaamste politieke gemeenschap waarin burgers zich uiten. Vergelijk de opkomstcijfers bij nationale en Europese verkiezingen, en telkens blijken bij die eerste veel meer mensen te stemmen.

Politiek, het mechanisme waarmee we onze collectieve lotsbestemming richting geven, blijft grotendeels gebonden aan de grenzen van de natie. Dat blijkt ook continu in de Europese Unie, waar de leiders van nationale regeringen de belangrijkste beslissingen nemen, en niet de langs ideologie in plaats van nationaliteit geordende Europese Commissie en Europees Parlement. Politiek, kortom, blijft primair nationaal.

Toch leidt dat tot een rare paradox: want terwijl nationale politiek in belang lijkt te groeien en burgers zich er steeds meer aan vast klampen, wordt ze ook steeds machtelozer.

Want tegelijkertijd heeft macht zich verspreid over de wereld in vloeibare, vluchtige stromen van kapitaal, informatie, communicatie, discourses en goederen. De snelheid van die stromen van neoliberale, postmoderne globalisering is veel sneller dan die van politiek. Kapitaal vormt in veel opzichten een niet-soevereine, snelle macht. Dat bleek al tijdens de Aziatische crisis in 1997, die nationale politiek machteloos liet tegenover de vluchtige en agressieve kapitaalstromen. En het bleek tijdens de Griekse crisis van de afgelopen jaren, toen down ratings van rating agency’s en snelle veranderingen op de beurs de contouren van het politiek mogelijke bepaalden, en niet verkiezingen of het Griekse referendum.

De deregulering van financiële markten, samen met technologische vooruitgang en de financialisering van het kapitalisme leidden tot een versnelling en toename van neoliberale, postmoderne machtsstromen over de wereld. In 1983 was de gemiddelde dagelijkse omzet op de kapitaalmarkten rond de 2,3 miljard dollar. Anno 2016 is dat meer dan vijf triljoen dollar per dag.

Die stromen en machten van globalisering zijn grotendeels onverschillig tegenover ruimtelijke aanwezigheid. Het maakt weinig uit of de computers die kapitaalstromen verwerken in Londen, Tokyo of Frankfurt staan; als er maar gehandeld kan worden.

De machten van globaliseringen, kortom, zitten in vluchtige, non-politieke, gedelokaliseerde stromen van kapitaal, informatie, communicatie en mensen, die ver boven de machten en krachten van de nationaal georganiseerde politiek uitgaan. Deze situatie kan je als post-politiek omschrijven: terwijl mensen nog steeds meedoen aan de geritualiseerde verkiezingen, een beetje zoals in de roman De Stad der Zienden van Saramago, gaan die verkiezingen over steeds minder. Immers: terwijl nationale politiek nog steeds een ziekenhuis kan openen of een sociale woningbouwwijk kan slopen, worden de grenzen van het (economisch en politiek) mogelijke steeds meer bepaald door de machten van globalisering, niet door burgers. Dat leidt tot een kloof tussen wat stemmers verwachten van “de politiek”, en wat zij daadwerkelijk kan bewerkstelligen. Politiek bestaat nog wel, maar bezit steeds minder macht omdat het in tegenstelling tot de machten der globalisering primair nationaal blijft.

Rechts-populistische partijen vormen een politieke stroming die pretendeert dat door het optrekken van grenzen, het terugtrekken uit internationale instituties en het fetisjeren van het gouden, vervlogen verleden van de natie politieke macht weer te herstellen is. Dat is verleidelijk, want wie wil niet dat politiek er meer toe doet? Maar het is ook een mythe, want terugkeren naar nationaal georiënteerde politiek terwijl de uitdaging van globalisering juist zit in haar delokalisering en van politiek afwijkende snelheid en temporaliteit, zal de impotentie van politiek verder versterken. In die zin is rechts-populisme onderdeel van het probleem, niet van de oplossing.

Het is bovendien een fictie dat bijvoorbeeld terugtrekken uit de Europese Unie nationale zeggenschap zal vergroten. Neem Noorwegen. Dat land stemde in 1994 tegen toetreding tot de EU, maar is wel onderdeel van de EEA, de Europese markt. Het land is daardoor in veel opzichten diep verweven met Europese integratie, maar heeft daar geen enkele zeggenschap over. Wie niet aan tafel zit, staat op het menu.

Rechts-populisme probeert nieuw leven te blazen in de stervende macht van de natie-staat. Haar doel, het herstellen van politieke macht, is lovenswaardig, haar middelen niet. De sterke nadruk op nationale politiek zal politieke macht eerder verder doen afnemen dan versterken, omdat globalisering in veel opzichten onverschillig is tegenover locatie en zich in een andere temporaliteit beweegt dan politiek. In plaats van terug te verlangen naar een soevereine natie-staat die vermoedelijk niet meer terugkeert, kunnen we beter gaan nadenken hoe we op Europees en globaal niveau vorm kunnen geven aan effectieve, democratische politieke instituties die een tegenwicht kunnen bieden aan de machten en krachten van ongeremde globalisering. Dat is niet makkelijk, maar wel noodzakelijk; het alternatief is de grenzen van het mogelijke nog verder te laten bepalen door de vluchtigheid van kapitaal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s